Mooie momenten

Home → Thema’s & Lessen voor groep 3/4 → Een fijne klas →

 

Mooie momenten

Iedereen hoort erbij / Een fijne klas / Mooie momenten

‘Merdan had Safira geholpen om de rekenspullen op te ruimen’

Kern: De leerlingen focussen op positieve aspecten in groepsontwikkeling

Specifieke doelen Sociale Competentie:

  • Inzicht in processen die de groepssfeer verbeteren
  • Reflectie op eigen bijdrage aan het groepsproces
  • Positief gedrag bevorderen

Taal: Tussendoelen EN
Onderhandelen over betekenissen
De leerlingen benoemen elkaars bijdragen aan een prettig groepsklimaat
Doelgericht taalgebruik in reële contexten
De leerlingen verwoorden hun eigen beleving van gedeelde ervaringen

Middelen
Een digitale camera
Computers en een printer
Een klassenwebsite

Inhoud

Positief gedrag bekrachtigen kan op veel manieren. Onderstaande werkvormen zijn erop gericht, dat leerlingen zelf gaan zien wat er goed gaat in de klas, en dat vastleggen.

Wat vinden wij fijn?

Vraag in een kringgesprek de leerlingen wat deze klas tot een fijne groep maakt. Gebruik daarbij eventueel de Top tien van de klas (zie het hoofdstuk Onze regels, Een top 10 maken).
Stel voor dat de leerlingen om beurten foto’s maken van een situatie waarin het goed gaat met de klas.
Laat de fotograaf er een korte tekst bij schrijven en zet de foto’s op de website van de klas en / of print ze en hang ze in de klas.

Juf Annette maakt met groep 4 een grafiek met de kwaliteiten die de leerlingen belangrijk vinden voor hun klas (zie voor een beschrijving: paragraaf 2, Kwaliteiten van de klas)
De meesten kiezen voor de kwaliteit ‘lief’. In de week die erop volgt maken de leerlingen met de digitale camera foto’s van situaties waarin de leerlingen lief zijn voor elkaar. Ze schrijven er een tekst bij en plakken de foto en de geprinte tekst op het affiche dat voor de klas hangt.

Tip
Bespreek in een voorafgaande les het begrip ‘trots zijn’ en laat de leerlingen situaties van henzelf tekenen of fotograferen. Ze schrijven er een korte tekst bij.
Maak dan de koppeling naar de groep: wanneer ben jij trots op de klas?

Variant
Verdeel de leerlingen in tweetallen. Laat hen koppels maken binnen hun tafelgroepje. Ze letten een dagdeel (of bij een specifieke activiteit) op wat de ander aan positief gedrag vertoont. Laat hen een foto of een tekening maken (als geheugensteuntje). Wissel uit in de kring. Draai de volgende dag de rollen om. Zet de foto’s op het weblog van de klas, met een duim omhoog of ander positief symbool, zodat ouders thuis ook kunnen kijken.

Juf Petra (groep 3) toont een foto Geronimo en Hafida op het digitale schoolbord en vraagt de anderen wat die twee aan het doen zijn. ‘Ze spelen samen’. ‘Ja’, zegt juf Petra, ‘dat kun je zien want Geronimo is heel goed naar Hafida aan het kijken. Hij is echt aan het samenwerken. Ik ga die foto bewaren omdat jullie zo gezellig aan het samenwerken zijn.’ Dan vervolgt ze: ‘Vanochtend krijgen jullie om de beurt de camera van de klas. Probeer een foto te maken van twee kinderen uit de klas. Een foto waarvan je denkt: he, dat is leuk. Het kan leuk zijn omdat ze goed samenwerken, omdat ze het gezellig samen hebben, of omdat ze iets heel goeds aan het doen zijn. Als je in een groepje zit en je denkt: ik zie in dat andere groepje een prachtige foto, dan pak je de camera en loopt er heel zachtjes naar toe.’
Aan het eind van de ochtend bekijkt juf Petra de foto’s op het digitaal schoolbord. Aram heeft een foto gemaakt van Ilyas met zijn armen om twee meisjes. ‘Dat is buiten’, zegt Ilyas. Juf Petra merkt op: ‘Ja, en wat ik leuk vind: normaal spelen zij niet zoveel met elkaar. En dat dan toch samen op de foto gaan, dat vind ik echt super.’
Bij een andere foto zegt juf Petra: ‘deze foto is ook goed gelukt. Want, zie je dat, ze zijn echt samen aan het werk. En echt serieus. Volgens mij is Zohra Ilyas aan het helpen, klopt dat?’ ‘Ja’, zegt Ilyas.

Medailles voor elkaar

Praat met de leerlingen over complimenten en wat er fijn aan is als je er eentje krijgt. Vraag of ze het een goed idee vinden, om medailles uit te delen aan leerlingen die iets speciaals gedaan hebben. Iets wat fijn is voor de sfeer in de groep. Laat de leerlingen voorbeelden bedenken van gedrag waar een klasgenoot wel een medaille voor zou verdienen. Laat vier tweetallen een medaille maken met een lint eraan. Die reiken ze uit aan iemand die hem volgens hen verdient en motiveren hun keuze. Ze kunnen hun idee ook in een schriftje schrijven dat voor in de klas ligt. De leerlingen die de medaille hebben geven hem door aan de volgende. Zorg ervoor dat je zelf ook steeds een medaille hebt, en geef die aan een leerling die gedrag vertoont maar minder snel in beeld komt. Teken aan hoe vaak een leerling een medaille krijgt. Na drie keer gaan de anderen voor. In het begin kun je iedere dag een de medaille – ceremonie doen. Na verloop van tijd is twee of drie keer in de week genoeg.

Juf Marion (groep 4) sluit de wekelijkse klassenvergadering (zie het hoofdstuk Klassenoverleg) af met het doorgeven van de medailles. Omdat er hechte jongens- en meisjesgroepen in de klas zijn, laat ze de jongens een meisje kiezen en andersom. De leerlingen vertellen waarom ze die klasgenoot gekozen hebben en hangen de medaille om. Hij mag ook mee naar huis, wat vaak gebeurt. Marion let erop dat alle kinderen aan de beurt komen. Af en toe geeft ze zelf een tip: ‘Ik zag dat Nissrine Omar hielp met opruimen. Dat vind ik wel een medaille waard.’

Kanjer van de week

Maak een doos met het opschrift Kanjer van de week. Laat de leerlingen klasgenoten nomineren door hun naam op een briefje te schrijven en erbij te zetten, waarom deze leerling vorlgens hen het predikaat ‘kanjer’ verdient. Schrijf zelf ook briefjes naar aanleiding van momenten waarop leerlingen iets sociaals doen, vooral als het kinderen zijn die anders watr minder in de picture komen. Trek één keer in de week een briefje uit de doos en lees het voor. Laat een leerling de kanjer fotograferen en plak de foto met de getypte tekst op een kanjer-blad dat aan de wand komt te hangen. Maak er een serie van en kijk af en toe terug naar wie er allemaal al kanjers waren en waarom. Stel voor dat leerlingen steeds iemand tot kanjer kiezen die het nog nooit geweest is.

Zonnetje van de week
Zet iedere week een leerling in het middelpunt en geef die speciale aandacht: klassenhulp, gymspel kiezen, als eerste naar buiten mogen. Laat deze leerling ook een complimentendoosje maken en vraag alle klasgenoten om een compliment op te schrijven en aan het ‘zonnetje van de week’ te geven. Kies leerlingen die het sociaal gezien het meest nodig hebben of die andere tegenslag te verduren hebben.

De geheime kracht
Spreek met een leerling af dat deze op een dag probeert een klasgenoot minsten 3 keer een plezier te doen, door te helpen, een compliment te geven, aardig te zijn, een mooie pen uit te lenen of voor laat gaan. Kies zelf een leerling uit die volgens jou wel behoefte heeft aan wat extra aandacht. Vraag aan het eind van de dag of die leerling gemerkt heeft dat iemand extra aardig was, en waaraan. Het is het knapst als de geheime verwenner het zo onopvallend doet dat de verwende klasgenoot eerst minstens één keer een ander raadt. Als de ‘geheime kracht’ geraden wordt legt deze uit op welke twee of drie manieren hij of zij de bewuste klasgenoot een plezier heeft gedaan of proberen te doen.