Het logeerdier

Home → Thema’s & Lessen voor groep 3/4 → Familie →

 

Het logeerdier

Sociale relaties / thuis op school / mijn familie / het logeerdier

Het logeerdier komt logeren (lessenserie)

‘Ik heb de hele dag m’n pyjama niet uitgedaan’

Kern
De leerlingen wisselen uit hoe het er bij hen thuis aan toe gaat.

Specifieke doelen Sociale Competentie:

  • De leerlingen reflecteren in de klas op hun alledaagse leven thuis. Ze ervaren dat hun gezin er ook op school toe doet
  • Ze ondervinden dat klasgenoten sterk bij hun verhalen betrokken zijn
  • Ze leren elkaar beter kennen
  • Ze herkennen overeenkomsten en verschillen in gewoontes en rituelen in andere gezinnen

Taal: tussendoelen EN
Doelgericht taalgebruik in reële contexten
De leerlingen vertellen en schrijven over hun eigen ervaringen
Het taalgebruik non-verbaal ondersteunen
De leerlingen ondersteunen hun verhaal en geschreven tekst met foto’s
Uitbreiding, verdieping en verbreding van de woordenschat
De leerlingen leren woorden die relevant zijn voor hun eigen dagelijks leven en dat van klasgenoten
Kinderen zijn intrinsiek gemotiveerd voor lezen en schrijven / Kinderen schrijven functionele teksten
De leerlingen vertellen en schrijven vanuit een betekenisvolle context
Vertellen en presenteren
De leerlingen vertellen hun ervaringen en presenteren hun eindproduct voor de klas en voor ouders
Kinderen weten dat gesproken woorden kunnen worden vastgelegd, op papier en met audiovisuele middelen (groep 3)
De leerlingen schrijven teksten bij de verhalen die ze hebben verteld, ondersteund door foto’s
Ze zien geschreven taal als communicatiemiddel
Leerlingen lezen hun geschreven tekst na en reviseren die met hulp van anderen (groep 4)
Publicatie op het weblog van de klas motiveert de leerlingen om hun teksten optimaal te verzorgen

Inzet ICT
De leerlingen maken thuis foto’s met een digitale camera
Ze typen en bewaren hun teksten en foto’s
Ze leerlingen presenteren hun product voor de klas / ouders

Middelen:
Een logeerknuffel (of twee, dan gaat het sneller)
Een koffertje met attributen voor het logeerdier
Een dagboekje
Een digitale camera
Schrijfgerei
Een digitaal schoolbord of een computer met beamer.

Lessenserie – alle kinderen komen aan de beurt

Opbouw:
1. Introductie.
De logeerknuffel gaat iedere dag met een leerling mee naar huis en komt de volgende ochtend weer terug.
2. Serie presentaties in de ochtendkring. Plan minstens tien minuten voor het verslag.
3. Hoekenwerk: de leerlingen schrijven teksten in klad en voeren ze in op de computer.
4. Afsluitende les: presentaties

Vooraf:
Haal eventueel de logeerknuffel al een paar weken eerder in de klas, geef hem een eigen plek en functie (als bijvoorbeeld troostknuffel of ‘gast in de klas’ aan wie leerlingen verhalen kunnen vertellen).
Vertel de ouders dat het logeerdier gaat rouleren. Stimuleer hen om samen met hun kind een stukje in het dagboek te schrijven en te helpen bij het fotograferen. Vraag hen eventueel ook om logeerspullen mee naar school te nemen voor algemeen gebruik.
Maak een roulatielijst en hang die in de klas.
Verzamel de logeerspullen in een koffertje of rugzak, met een zachte omgeving voor de digitale camera.

Inhoud

Introductiekring

Neem de knuffel in de kring, stel hem desgewenst voor en vertel dat iedere leerling de knuffel een nacht te logeren krijgt. Vraag wat de knuffel bij hen thuis zal aantreffen, zodat hij zich er een beetje op kan voorbereiden. Wie wonen er, wat gaan jullie samen doen en waar gaat de knuffel slapen?
Laat het koffertje zien en bespreek de attributen die erin zitten, bijvoorbeeld een pyjama, tandenborstel en een speelgoedje. Pak het dagboekje erbij en vertel dat de leerlingen of hun ouders daar een klein verhaaltje in kunnen schrijven over de avonturen van het logeerdier. In groep drie zullen het meestal de ouders zijn, in groep vier kunnen de leerlingen ook zelf de tekst schrijven.
Toon de digitale camera en leg uit dat de leerlingen daar zelf foto’s mee mogen maken. Stel een maximum aantal vast, bijvoorbeeld 10, want anders maken sommige leerlingen een eindeloze serie. Benadruk dat hij in het zachte omhulsel moet en dat ze voorzichtig doen met de tas en camera.

Kring: verslag doen

Iedere ochtend vertelt een leerling hoe de logeerpartij bevallen is en verliep.
Als je over een digitaal schoolbord beschikt, kun je de foto’s meteen laten zien. Dat bevordert het vertellen, houdt de aandacht van klasgenoten vast en de foto’s roepen vragen op.
Leg zelf verbanden tussen de overeenkomsten en verschillen in thuissituaties: Bij wie was nog meer een oma op bezoek? Wie slaapt er nog meer in een stapelbed? Waar zag je het logeerdier ook op de fiets? Wie ging er ’s morgens douchen, en wie ging er ’s avonds in bad? Wat deed het logeerdier dit keer voor het eerst? Hoe vonden de anderen thuis het om een logé te hebben? Geef ruim gelegenheid om vragen te stellen.

Verslag van de logeerbig in groep 3.
Juf Britt vraagt Jeroen om op de juffenstoel voor de klas te komen zitten. ‘Want wij zijn super nieuwsgierig wat Bart Big allemaal heeft meegemaakt bij jou.’ Jeroen: ‘Toen ik hem meenam hadden we zo’n honger en toen we thuis kwamen had ik geleerd aan Bart Big hoe je een tosti moet doen. Toen gingen we met mama op onze fietsen naar Albert Heijn. En naar de markt. En op de markt had Bart Big overal aan de kaas gesnoept. En ik had ook een foto gemaakt, en op die foto deden we Bart Big een pyjamaatje aan van Timo’. Juf Britt: ‘Ik ben heel nieuwsgierig naar die foto, ik ga straks aan computermeester Alex vragen of hij de foto’s weer op onze eigen site zet, dan kun je op Jeroen klikken en kijken of je de foto tegenkomt waar Jeroen nu over vertelt. en, Jeroen, wat staat er in het boekje?’ Jeroen: ‘Ik heb ook een paar dingetjes zelf geschreven, en mijn papa heeft heel veel geschreven, en heel slordig.’ Juf Britt: ‘O jee, nou laat even jouw stukje zien.’ Jeroen leest voor: ‘Ik bak een tosti voor Bart Big.’ Dan slaat hij een hand tegen zijn voorhoofd en zegt: ‘ik heb voor met een o geschreven en dat moet met twee, omdat voooor.’ Juf Britt leest de teksten van Jeroens ouders voor, en daarna stellen de leerlingen vragen. Een leerling wil weten waar de film over ging. Jeroen vertelt het verhaal uitvoerig na. Dan vraagt Natasha: ‘Vond je het leuk?’ Jeroen zegt: ‘Ja, super leuk.’ Gaby: ‘Ja, dat vindt iedereen!’ Juf Britt: ‘Zijn er over wat hij heeft meegemaakt, dingen waar je je nog ietsje meer over wilt weten?’ Er komt nog een vraag over hoe dik de pyjama was, en dan vraagt Leone: ‘Vond Bart Big het leuk?’. Jeroen: ‘Ja’. Juf Britt: ‘Wie heeft er nog echt een heel andere vraag?’ Job: ‘Vond je het spannend met Bart Big?’ Jeroen: ‘Nee, ik vond het niet spannend, maar ik vond het wel heel erg zielig dat Bart Big in de tas moest.’ Juf Britt: ‘En waarom moest hij in de tas dan?’ Jeroen: ‘Omdat hij niet paste in het zitje.’ Juf Britt sluit af: ‘De foto’s gaan we ook op de website zetten, en dan gaan jullie er ook steeds iets bijschrijven, dan maak je een soort dagboekje op je eigen website.’

Meester Robert (groep 4) laat twee logeerdieren rondgaan, een hond en een poes, en ze mogen twee of drie nachtjes blijven. De leerlingen maken gretig foto’s met de digitale camera van de klas en hun ouders schrijven een stukje in het dagboek. Steeds als de logeerdieren terugkomen, lezen twee leerlingen de dagboekteksten van henzelf of hun ouders voor, terwijl de foto’s op het digitale schoolbord te zien zijn. Zelfs als een enkele keer drie leerlingen achter elkaar lezen, blijven hun klasgenoten geboeid. Naar aanleiding van de foto’s stellen ze veel vragen: Wie is dat? Waarom is de kamer versierd? Wat doe je voor een spelletje op de computer?”
Bij het bespreken van de belevenissen besteedt meester Robert aandacht aan de verschillen tussen de gezinnen. Hij vraagt de leerlingen op te letten op hoeveel verschillende plekken de logeer dieren al geslapen hebben, wat ze gegeten hebben en of dat aan tafel gebeurt, waar ze buitenshuis zijn geweest en wat voor spelletjes ze hebben gedaan. Ook grijpt hij de foto’s en de verhalen van de leerlingen aan, om verschillen en overeenkomsten in de ‘thuiscultuur’ op te sporen: ‘Wie blijft ook wel eens een hele zondag in z’n pyjama rondlopen?’, ‘Wie eet er thuis ook wel eens met het bord op schoot voor de televisie?’, ‘Wie kookt er bij jullie thuis meestal, en wie soms?’

Meester Robert werkte rond de herfstvakantie met de logeerdieren. Het verraste hem hoe de logeerdieren aanspraken. ‘De grens tussen fantasie en werkelijkheid is nog maar erg dun. Een leerling dacht dat het logeer dier niet bij haar kon omdat ze allergisch is voor vachten. En Geoffry zei: ‘Ik denk niet dat ik poes bij mij aan tafel kan gaan eten want er mogen geen poezen op tafel.’ Ook rapporteren de leerlingen welk eten de logeerdieren lekker vonden. Het is nog wel heel erg leuk om daarmee te werken in groep vier.’

Hoekenwerk

De leerlingen schrijven een tekst in klad en typen die, na een tekstbespreking, in op de computer

Meester Robert (groep 4): ‘De motivatie om te schrijven bij de foto’s was enorm. En sommige leerlingen maakten extreem veel foto’s. Aan het schrijven van de kladteksten daarbij moesten enkelen ook tijdens het leeshalfuur doorwerken. Harold had bijvoorbeeld 31 foto’s. Hij kwam naar me toe en zei: ‘Meester, ik heb wel vijf blaadjes!’ Toen heb ik gezegd: je hoeft niet alle foto’s op de computer te zetten, sommige lijken ook wel heel erg op elkaar, maar hij heeft er geloof ik wel een hele week aan gewerkt. Want hij vond het geweldig. De volgende keer zal ik zeggen dat ze maximaal zeven foto’s mogen kiezen. Anders is het veel te veel werk om ze te uploaden, en dat deed bij ons de ict-er. Een volgende keer zal ik ook de leerlingen zelf hun teksten laten schrijven in het dagboekje. Nu deden de ouders dat meestal.”
De foto’s en leerling-teksten zijn gepubliceerd op de eigen webpagina van de leerlingen.

4. Presentatie

Houd een nagesprek als het logeerdier bij alle leerlingen is geweest. Zorg ervoor dat alle foto’s met teksten op de website van de leerlingen staan.
Plan een uurtje (of twee keer een half uur) waarin de leerlingen zelf hun foto’s en teksten presenteren terwijl een klasgenoot de computer bedient. Nodig daarbij, als het kan, ook de ouders uit, eventueel in groepen.
Bespreek na alle presentaties met de leerlingen na. Vraag wat hen opgevallen is, wat het logeerdier volgens hen heel bijzonder heeft gevonden, wat soms hetzelfde was en wat juist heel verschillend.
Maak er eventueel een geprint klassenboek van, zodat de leerlingen alles nog eens zelf na kunnen lezen.

Juf Britt heeft ook de ouders uitgenodigd voor de presentaties over Bart Big. Ze vraagt vooraf, welke leerlingen hun tekst dan willen voorlezen. Negen leerlingen melden zich. Ze oefenen in tweetallen met de ICT-er: terwijl de een leest, bedient de ander de computer.
Juf Britt introduceert de activiteit voor de ouders. Ze licht toe: ‘Door Bart Big hebben elkaar ook weer beter leren kennen, en weten we een beetje hoe het thuis gaat, en wie er thuis wonen.’

Nu ze voor hun eigen groep én 12 ouders staan, lezen enkele leerlingen erg zachtjes. Juf Brit maakt er een compliment van voor de andere leerlingen: ‘Ik zie dat iedereen ook zelf meeleest, heel goed van jullie!’
Manou leest haar teksten vlot. Bij: ´Bart de big zag de bril en zete hum op´ vraagt Britt: ´Waar waren jullie toen?´ Manou antwoordt: ´Bij de oogarts´. Dan wendt ze zich tot het publiek en zegt: ‘Weet je waarom ik een bril op heb? Omdat ik een lui oog heb.´ Vervolgens instrueert ze Isis, die de computer bedient: ´Naar beneden´. Ze leest haar laatste zin, ´Bart manou en Madelief zijn taart aan het eten´, gevolgd door: ´Klaar!´ Ze krijgt een luid applaus.