Een actueel conflict bespreken

Home → Thema’s & Lessen voor groep 3/4 → Goedmakers en goedhouders →


Een actueel conflict bespreken

“Omdat Andrei ermee bemoeit wordt die ruzie groter’

Kern: De leerlingen bedenken hoe ze in de toekomst een ruzie kunnen voorkomen

Specifieke doelen Sociale competentie:

  • De leerlingen zien in dat ze kunnen bijdragen aan een prettige relatie met anderen
  • Ze reflecteren op sociale regels en omgangsvormen
  • Ze krijgen inzicht in het effect van eigen handelen
  • Ze kunnen zich verplaatsen in het standpunt en de gevoelens van een ander

Taal: tussendoelen EN
Doelgericht taalgebruik in reële contexten
De leerlingen tekenen over hun ervaringen voordat ze erover vertellen.
Ze verwoorden hun ervaringen bij een conflict

Het gebruik van complexe taalfuncties (redeneren, vergelijken, concluderen)
De leerlingen verwoorden de effecten van gedrag
Ze bedenken oplossingen om strubbelingen te voorkomen

De relatie tussen gesproken en geschreven taal
De leerlingen vatten een gesprek samen in een slogan
Ze maken een affiche als geheugensteuntje

Inzet ICT

  • De leerlingen typen en printen affiches voor in de school met tips ter voorkoming van ruzie
  • Ze kiezen passende lettertypes en – groottes

Opbouw

  1. Instructiekring
  2. Tweetallen aan het werk: praten en tekenen / schrijven
  3. Nabespreking in de kring
  4. Hoekenwerk: tekst invoeren op de computer
  5. Publicatie van de affiches

Middelen
Een werkblad per koppel
Schrijfgerei, kleurpotloden
Een printer
Plakband / punaises om de affiches op te hangen.

Vooraf
Maak werkbladen voor ieder tweetal. Print op een A-4 de kopjes: Waar? Wanneer? Wie? en Hoe?, twee op iedere zijde.

Inhoud

1: Instructiekring

Kom terug op een recente ruzie waar veel leerlingen bij aanwezig en/of betrokken waren.
Vertel dat ruzies op zich niet erg zijn, ze gebeuren altijd wel een keer, en dat je er ook van kunt leren.
‘Nu gaan jullie erover nadenken hoe zo’n ruzie in elkaar zit en wat we kunnen doen om het de volgende keer eerder te laten stoppen of kunnen zorgen dat er geen ruzie komt.’

Leg uit dat de leerlingen in tweetallen gaan werken.
Toon het werkblad en lees de kopjes voor. Vraag steeds enkele leerlingen wat ze daar in zouden kunnen vullen. Bij ‘hoe’ gaat het om: Hoe kunnen we het oplossen?
Deel de koppels in. Herhaal dat samenwerken betekent: beiden komen aan de beurt.
Laat de leerlingen een plekje kiezen in de klas of op de gang.

Bij juf Petra (groep 3) was er een flinke ruzie op het schoolplein. Ze komt er de volgende dag op terug. ‘Ik zag een heleboel boze gezichten. Jullie zeiden gisteren al dat jullie graag willen dat we die ruzie oplossen en bedenken wat we kunnen doen om te voorkomen dat het weer gebeurt. Als we er in de kring over gaan praten komt niet iedereen aan de beurt. Daarom doen we het eerst in tweetallen. Jullie krijgen een kaartje en dan kun je zien wie er bij elkaar hoort.’ Het zijn complementaire beelden: een strijkijzer en een strijkplank, een boormachine en een boor, etc. Petra laat het werkblad zien en leest de vragen voor: Waar, Wanneer, Wie en Hoe. Ze legt uit: ‘Eerst ga je met elkaar praten. En dan ga je opschrijven of tekenen wat jullie hebben gezegd. Je mag het ook gewoon onthouden. Samenwerken betekent, dat je om de beurt gaat vertellen, en om de beurt gaat tekenen of schrijven.’

2: Koppels aan het werk

Loop rond en help de leerlingen bij het samenwerken, het beantwoorden van de vragen en het opschrijven van hun antwoorden.

De leerlingen van juf Petra gaan enthousiast aan de slag. Als eerste schrijven ze onder ‘Wie’ een serie namen van klasgenoten. Bij ‘Waar’ tekenen ze de speeltoestellen op het schoolplein of schrijven ze het woord. ‘Wanneer’ blijkt een moeilijke vraag. Sommigen schrijven: gisteren, een koppel noteert: Buiten spelen. Bij ‘Hoe’ staan helemaal geen antwoorden, maar de leerlingen hebben er wel ideeën over. Tijdens haar rondje vraagt juf Petra daarop door.

3. Nabespreking

Laat de leerlingen in de kring vertellen wat ze besproken en getekend / opgeschreven hebben. Bespreek dat het niet de bedoeling is om elkaar te gaan beschuldigen of te ontkennen dat ze ruzie hadden. Vraag de groep wat ze een goed idee vinden. Vat de ideeën samen in de vorm van tips en laat de leerlingen deze tips intypen op de computer, printen en ophangen in de klas.

Juf Petra complimenteert de leerlingen: ‘Jullie zitten nog maar net in groep 3 (het is november) en dan moet je ineens dingen gaan lezen en opschrijven. Ik vind dat het goed gelukt is, heel knap!’ Ze zegt ook dat ze tijdens het rondlopen gehoord heeft dat veel kinderen wel weten, waar die ruzies vandaan komen. ‘Zal ik het zeggen of willen jullie het twee aan twee doen?’ De leerlingen willen het zelf vertellen. Petra herhaalt dat de leerlingen er iets van kunnen leren, ‘dat we de rest van het jaar niet steeds ruzie hebben over van alles’. Bij Waar komt naar voren: het is meestal buiten, op het schoolplein. De namen die zijn opgeschreven onder Wie leiden tot veel discussie. Sommige leerlingen vinden dat hun naam ‘zomaar’ is genoemd. Simo zegt: ‘Ik heb altijd ruzie met Ilias, Bertrand en Sabir, maar ze zijn ook mijn vrienden.’ Shanaya sluit daarbij aan: ‘Asmae en ik hebben elke dag ruzie, maar ze is ook mijn vriendin’. Petra bevestigt dat het heel goed kan, dat je bevriend bent en toch ruzie maakt. Simo voegt eraan toe: ‘Ja, gisteren had ik ruzie met Ilias, en toen ging Omar ermee bemoeien, en omdat hij ermee bemoeit wordt die ruzie groter.’ ‘Ja’, vult Petra aan, ‘jullie zeiden net al: als jullie het samen oplossen, door vrede te maken, wordt het niet zo’n groot probleem. Dat vind ik een goed idee, dat de kinderen die ruzie hebben, het zelf oplossen. Dat anderen zich er niet mee gaan bemoeien.’ Yasmina en Youssef vonden het moeilijk om een oplossing te bedenken, maar ze zeiden wel dat kinderen niet zo gauw boos moeten worden. Petra vat samen: ‘We hebben al twee dingen bedacht die kunnen helpen om minder ruzie te krijgen: Je lost het zelf op, anderen bemoeien zich er niet mee. En het gaat ook beter als jullie niet zo gauw boos worden. Zullen we die ideeën op de computer typen, en dan in de klas en op de gang hangen, dat we ze steeds kunnen zien? Dat helpt om er aan te denken als je ruzie met iemand hebt of een ruzie tussen anderen ziet. De leerlingen vinden het een goed idee.

Terugblik
Petra vond het opvallend hoe gemotiveerd de leerlingen waren, en dat ze uit zichzelf gingen schrijven. Ze wil de komende tijd veel aandacht besteden aan de onderlinge omgang. ‘In deze fase van de klassenontwikkeling is dat erg belangrijk. Ieder jaar maakt een klas wel zo’n periode door, dat je je afvraagt: hoe komt het ooit nog goed? Maar dat lukt toch altijd.

4. Hoekenwerk op de computer

De leerlingen typen in tweetallen de tips voor de klas op de computer.
Zorg dat de tips kernachtig geformuleerd zijn, bijvoorbeeld:
– Los je eigen ruzie op.
– Bemoei je niet met de ruzie van anderen.
– Tot tien tellen
Laat ieder koppel een tekst kiezen om uit te typen. Het tweetal kiest zelf een lettertype en lettergrootte (en eventueel kleuren) voor een affiche op A-4 formaat. Daarbij gebruiken ze de ‘preview’ functie bij afdrukken. Als het geprint is vrolijken ze hun affiche desgewenst verder op met viltstiften.

5. Publicatie

Verzamel de affiches. Spreek ze in de kring nog eens door.
Informeer hoe het samenwerken ging, en of het lukte met de lettertypes.
Vraag welke tip de leerlingen het allerbelangrijkst vinden.
Laat de leerlingen bepalen waar de affiches komen te hangen. In de klas, op de gang? Bij elkaar of juist op verschillende plaatsen?
De tweetallen hangen hun affiche op de afgesproken plekken, met plakband of punaises.

Vervolgactiviteiten

1. Vinger aan de pols
Bespreek de eerste weken regelmatig hoe het gaat met de ruzies, of het leerlingen lukt zich afzijdig te houden. Denken de leerlingen dat de affiches helpen? Hebben anderen (ouders, leerlingen van andere klassen, meesters / juffen) nog gereageerd op de affiches? Wat vonden ze ervan?

2. Het uitspelen van conflicten
Doet zich de komende tijd weer een flinke ruzie voor, laat hem dan naspelen door de betrokken leerlingen (als ze dat willen, vraag anders vrijwilligers).
Begeleid de leerlingen stap voor stap: hoe begon het, wat gebeurde er daarna, hoe kwam het dat het een grote ruzie werd, is hij inmiddels opgelost en zo nee, hoe kunnen we dat oplossen?
Vraag de omstanders niet om partij te kiezen, maar constateer dat ieder een eigen verhaal heeft.
Vat samen waar het conflict over ging: wie werd om welke reden boos?
En waarom het groeide tot een flinke ruzie: het ging door omdat…
Bedenk met de leerlingen hoe ze een kleine aanvaring volgende keer eerder in de kiem kunnen smoren. Gebruik daarbij de tips op de affiches.

Vraag tot slot klasgenoten het rollenspel na te spelen in twee varianten:
Een eerste versie waarin de ruzie tussen twee leerlingen begint, en uitgroeit tot een fiks conflict bijvoorbeeld omdat een derde zich ermee gaat bemoeien.
In de tweede variant lossen de betrokkenen zelf hun botsinkje op en weten ze een echte ruzie te voorkomen.