Olga weet raad

Home → Thema’s & Lessen voor groep 3/4 → Goedmakers en goedhouders →

 

Olga weet raad

Groep 3 / 4, In pais en vree, goedmakers en goedhouders, OLGA weet raad

‘Als iemand mij duwt zeg ik: niet doen, want papa komt en die is heel sterk.’

Kern: De leerlingen leren een ‘routine’ voor het voorkomen of zelf oplossen van een ruzie.

Specifieke doelen Sociale competentie:

  • De leerlingen leren hun eigen impulsen te reguleren
  • De leerlingen nemen verantwoordelijkheid voor hun relatie met anderen
  • De leerlingen willen de dialoog met anderen aangaan
  • De leerlingen kunnen conflicten vreedzaam oplossen

Taal: tussendoelen EN
Doelgericht taalgebruik in reële contexten
De leerlingen verwoorden hun wensen mbt het gedrag van anderen en verplaatsen zich in het perspectief van de ander
Reflectie op communicatie
De leerlingen worden zich bewust van het effect van woorden en gedrag op de relatie met anderen
Het gebruik van complexe taalfuncties (redeneren, vergelijken, concluderen)
De leerlingen kunnen verwoorden welke effecten het gedrag van anderen op hen heeft.

Middelen
Geprinte blaadjes met OLGA (zie hieronder)
Plakband / punaises om de affiches op te hangen.
Computer en printer
Een weblog van de klas om OLGA te publiceren
Eventueel een OLGA – pop (met de letters OLGA aan een halsketting).

Vooraf
Print de vier stappen van Olga op A-4 formaat en kleur de poppetjes in (of laat dat later door leerlingen doen)
Maak een foto van blaadjes met de stappen en zet deze op het weblog van de klas.
Maak een briefje voor de ouders of geef uitleg over de vierstapsprocedure van OLGA op het weblog
Zet eventueel de klassenpop OLGA klaar

Inhoud

Kringgesprek

Intro
Leg de vier blaadjes met OLGA’s stappen in omgekeerde volgorde ondersteboven op de grond.
Kom terug op een recente ruzie waar veel leerlingen bij aanwezig en/of betrokken waren. Vertel dat ruzies op zich niet erg zijn, ze gebeuren altijd wel een keer. ‘Maar je kunt wel leren hoe je ze kunt voorkomen of, als het daarvoor al te laat is, oplossen. Daar gaat OLGA ons bij helpen.’

Stap 1: Ophouden
Pak het eerste blaadje en bespreek wat erop staat: Ophouden, ofwel: Stop, hou op. Vraag de leerlingen wanneer ze dat wel eens zeiden, en of het hielp. En wat ze kunnen doen als een ander toch doorgaat met iets dat zij niet willen. Als de leerlingen er niet mee komen, zeg dan zelf: ‘Als het niet lukt om een ander te laten ophouden, dan moet je naar mij toekomen. Maar je moet het zwel eerst zelf proberen.’

Stap 2: Luisteren maar
Laat het tweede blad zien: Luister maar. Degene die Ophouden! heeft geroepen, zegt nu waarom hij het niet fijn vond wat de ander deed. Dan wisselt de beurt en kan de ‘dader’ reageren. Leg uit, eventueel met een eigen voorbeeld, dat het een hele kunst is om naar elkaar te luisteren als je net een botsinkje hebt gehad, maar dat iedereen het kan leren.
Op deze voorkom je dat allerlei anderen zich ermee gaan bemoeien.

Stap 3: Goedmaken
Toon het derde blad, met goedmaken. Vraag de leerlingen hoe ze hun ruzies normaal goedmaken. De meeste zullen ‘sorry’ zeggen en dan uit elkaars buurt gaan. Dan is de ruzie wel voorbij, maar misschien niet écht opgelost. Daarvoor moet je nog iets meer doen: Stap 4.

Stap 4: Aardig voor elkaar
Stap 4 is de belangrijkste. Een ruzie is pas echt over als je daarna weer normaal en aardig bent voor elkaar. Dat kan de ‘dader’ laten merken door een arm even om de ander heen te slaan, een complimentje (of het beste speelgoed, of de eerste beurt) te geven, of op een andere manier de ander een plezier te doen. Daarna speel of werk je gewoon samen verder. Met deze laatste stap voorkom je dat een ruzie ondergronds blijft doorsudderen en iedere keer weer de kop opsteekt. Maak duidelijk dat dat wel heel lastig is, ook voor volwassenen. En dat je daar de komende tijd mee gaat oefenen.

Afsluiting
Hang de blaadjes met de 4 stappen aan de muur, zodat iedereen ze goed kan zien.
Wijs erop dat de beginletters samen de naam ‘Olga’ vormen.
Pak eventueel de klassenpop Olga en laat die met haar eigen stem uitleggen wat ze kan doen: de kinderen helpen herinneren aan de procedure, en goede raad geven als ze er zelf niet helemaal uit komen.
Olga herhaalt de vier stappen, in een variant op de klassieke brei-instructie (insteken, doorhalen, draadje omslaan, af laten gaan): Ophouden, Luisteren maar, Goedmaken, Aardig voor elkaar.

Aan het werk

Maak tweetallen door de leerlingen iemand te laten kiezen met wie ze wel eens ruzie hebben. Laat leerlingen die het niet weten zelf een (overgebleven) leerling kiezen om mee aan het werk te gaan.

Op de computer
De koppels typen in tweetallen de tekst van OLGA op de computer na of gebruiken de bestaande pagina (op A-4 formaat). Ze kiezen samen een lettertype en lettergrootte, maar het moet nog wel op één pagina passen. Dat kunnen ze checken met ‘preview’. Ze zetten hun beide naam erbij, of, als ze het niet met elkaar eens werden, hun eigen naam bij het eigen blad. Begeleid de leerlingen bij hun werk. Let op hoe het samenwerken verloopt en kom daar na afloop kort even op terug, vooral bij koppels waar het beter ging dan jij had verwacht.
Print, als de leerlingen klaar zijn, voor ieder van hen het gemeenschappelijk (of toch individuele) OLGA-blad uit.

Dramatiseren
Geef iedere leerling het eigen OLGA-blad. Laat de tweetallen terugdenken aan een ruzie die ze kortgeleden samen hadden.
Laat de koppels die aanvaring naspelen volgens het stappenplan, tot hij is opgelost.
Begeleid en help waar nodig door de stappen te verhelderen of aan de rest van de groep suggesties te vragen: wat zou je hier ook kunnen zeggen of doen?
Benoem steeds de stappen: Ophouden, luisteren maar, goedmaken, aardig voor elkaar.
Let op welke originele voorbeelden je hoort voor de 4e stap en noteer die om in de kring even te noemen.

Kring: Afsluiting

Laat enkele andere koppels aan de klas vertellen hoe ze hun ‘oude’ ruzie nu (sneller?) opgelost hebben. Eventueel spelen ze de gevonden oplossing nog eens (ultrakort) na voor de hele groep.
Geef de voorbeelden die je hoorde van ‘aardig voor elkaar’ en complimenteer de leerling.
Vraag welke koppels het nog moeilijk vonden. Bied aan om hen er later op de dag bij te helpen, en vraag er eventueel ook een klasgenoot bij, die de stappen in de gaten houdt.

Geef leerlingen de tijd om op het eigen OLGA – blad de poppetjes in te kleuren. Als ze willen kunnen ze ook de letters naschrijven, er een tekening bij maken en/of het blad versieren..
Zeg dat de leerling hun eigen OLGA-blad, als het af is, mee naar huis mogen nemen. Dan weten ze ook thuis wat ze kunnen doen als ze ruzie hebben.
Vraag hen om de stappen uit hun hoofd te leren.

Bestendigen
Wees de komende tijd alert op ruzietjes en registreer hoe leerlingen die weer oplossen. Geef daar regelmatig complimenten voor, vooral aan leerlingen die voor hen ‘nieuw’ pro-sociaal gedrag vertonen.

Herinner aan de procedure als leerlingen ruzie hebben. Neem OLGA erbij en laat de pop samen met de kinderen de stappen nog eens doornemen (in het ritme van de klas). Laat OLGA helpen bij het vinden van de laatste stap: aardig voor elkaar (door bijvoorbeeld te vragen: wat zou jij fijn vinden als de ander dat deed?). Waar mogelijk geeft OLGA complimenten of extra tips voor individuele leerlingen, zoals: eerst tot tien tellen.

In een latere fase kun je OLGA zonder verder iets te zeggen bij twee kinderen neerzetten, of de pop aan één leerling geven, met de opmerking: ‘Ik denk dat OLGA jullie wel kan helpen, probeer het maar.’ Blijf er zelf bij om eventueel bij te sturen, met de stem van OLGA.
Als de procedure er goed in zit, kun je OLGA neerzetten zonder verder commentaar, en afwachten of de leerlingen zelf aan de slag gaan.

Bespreek met de ouders tijdens de ouderavond dat je aan dit thema gaat werken of geef hierover een briefje mee naar huis.

Juf Astrid vraagt de leerlingen naar hun wensen voor de klas. Uit een aantal groepjes komt naar voren dat leerlingen vinden dat er veel ruzie is in de klas. Juf Astrid oefent met de leerlingen hoe ze een ruzie op kunnen lossen met behulp van de stappen en laat hen daar regelmatig verslag van doen. Ook stimuleert ze klasgenoten om een tip te geven als de betrokkenen er zelf niet uitkomen. Wanneer beide partijen tevreden zijn met de afloop hangt juf Astrid een wasknijper met hun namen op het verzamelblad ‘Goed Opgelost’ voor in de klas.

Vervolgactiviteiten

1. Dramatiseren: OLGA uitspelen

Doet zich de komende tijd weer een flinke ruzie voor, laat hem dan naspelen door de niet-betrokken vrijwilligers. Laat de partijen in het conflict samenvatten waar het conflict over ging. De ‘spelers’ lossen het op via de OLGA steppen, met aanwijzingen van de betrokkenen. Vraag vooral leerlingen als vrijwilliger die doorgaans moeite hebben om conflicten op te lossen of zich juist op de achtergrond houden.

2. Hoe gaat het huis?
Bespreek de eerste weken regelmatig hoe het gaat met de ruzies, ook thuis. Vraag dan alleen naar ruzies tussen broertje en zusjes of met neven en nichten. Als leerlingen beginnen over ruzies met of tussen volwassen, onderbreek hen dan en neem hen later even apart om te horen wat er speelt en wat de leerling eventueel kan doen.