Moreel dilemma 2: iets wegnemen

Home → Thema’s & Lessen voor groep 3/4 → Morele dilemmas →

 

Moreel dilemma 2: iets wegnemen

Identiteit / ik vind / morele dilemma’s / verhaal 2

‘Ik vind dat zij geen straf hoeft te krijgen omdat ze sorry zei’

Kern
De leerlingen geven hun oordeel over het gedrag van Iris, die een pen pikt van een klasgenoot.

Specifieke doelen Sociale Competentie:

  • de leerlingen zetten hun eerste stappen op het gebied van morele ontwikkeling (voor kleuters in de zone van de naaste ontwikkeling) door na te denken over iets pikken
  • de leerlingen kunnen zich verplaatsen in het standpunt van een ander
  • de leerlingen ontdekken dat klasgenoten verschillend reageren op de vraag wat moreel juist handelen is en of / hoe een overtreder van de norm gestraft moet worden

Taal: tussendoelen EN
Het verwoorden van gedachten
De leerlingen geven hun eerste reactie op een moreel dilemma
Onderhandelen over betekenissen
De leerlingen wisselen hun ideeën voor oplossingen uit
Leerlingen kunnen hun mening geven (en beargumenteren), luisteren naar de mening van anderen en die verwoorden
De leerlingen verwoorden hun eigen motieven en leven zich in in de motieven van anderen
Het gebruik van complexe taalfuncties (redeneren, vergelijken, concluderen)
De leerlingen geven hun oordeel over het wegnemen van spulletjes en hoe daders het weer goed kunnen maken..

Middelen
Het verhaal ‘De verdwenen pen’ (zie hieronder bij 6. Verhaal) of een ander verhaal over een kind dat iets pakt van een ander.

Vooraf
Lees het verhaal en kies de vragen die je erbij wilt stellen.

Organisatie
In een kleinere groep komen leerlingen gemakkelijker aan het woord

Inhoud

1. Voorlezen

Lees in de kring of in een kleinere groep het verhaal voor.

2. Gesprek

Vraag de leerlingen reacties op het verhaal. Stel open vragen over het gedrag van de hoofdpersonen (zie ook de suggesties onder aan het verhaal). Geef zelf geen oordelen, vraag wel wat klasgenoten ervan vinden.

3. Dramatiseren

Kies een fragment uit het verhaal en vraag vrijwilligers of ze dat na willen spelen. Laat de leerlingen een rol kiezen. Laat hen eerst spelen zoals het in het verhaal gaat (terwijl je de betreffende tekst voorleest, en de leerlingen ‘hun’ tekst herhalen en uitbeelden). Vraag de leerlingen dan of ze het anders kunnen spelen: Wat zou jij zelf doen in die situatie? Kies nieuwe vrijwilligers, en vraag na de eerste ronde of anderen iets anders zouden doen. Om wie gaat het dan? Laat hen die rol spelen terwijl de anderen nog eens dezelfde personen spelen. Zet de verschillende reactiewijzen naast elkaar en vraag feed-back aan de rest van de klas / het groepje: wat vinden jullie van die reactie? Geef zelf geen oordelen,
Herhaal zo’n rollenspel in verschillende varianten desgewenst nog eens met een tweede verhaalfragment.

Juf Joke groep 2 / 3 leest het verhaal ‘De verdwenen pen’ voor. Na afloop stelt ze vragen, die beginnen met: ‘Vind jij…?’, en ze moedigt de leerlingen aan, hun antwoord te beginnen met ‘Ik vind…’ De eerste vraag gaat over de oplossing die de juf had bedacht. ‘Vinden jullie dat juf Chantal een goed plannetje had?’ De meeste leerlingen zeggen ‘ja’. Joke vraagt aan Hafida waarom ze dat vindt. ‘Ik vind het goed dat nu is de pen terug.’ Marwa: ‘Ik vond heel leuk die juf heb hem plannetje gedaan en toen heb iedereen een voor een bij de kast gelopen.’ Op de vraag: ‘Vind jij dat Iris eerlijk was?’ antwoordt Marijn: ‘Ik vind niet eerlijk omdat ze haar pen heeft gestolen’. ‘En was ze ook een keer wel eerlijk?’ wil juf Joke weten. ‘Toen ze die pen aan dat meisje terug geven’. Volgens de leerlingen verdiende het meisje dat de pen pikte geen straf. ‘Omdat ze sorry zei’, ‘Want ze gaf haar lolly’. Hafida denkt dat Iris het per ongeluk deed. Een paar klasgenoten vinden dat ook. Marwa: ‘Want toen ging dat meisje huilen, en toen ging die andere vergeven.’ ‘Oké’, zegt juf Joke, ‘je vindt dus dat Iris geen straf meer hoeft te krijgen omdat ze het per ongeluk deed en omdat het alweer goed gekomen was. Marwa knikt.

Terugblik
Juf Joke vond de leerlingen geconcentreerder dan normaal. Ze vonden het wel heel moeilijk om hun mening in het Nederlands te geven. Dat ligt volgens Joke minder aan het begrip van het verhaal dan aan het gebrek aan taalvaardigheid in het Nederlands. Dat is voor nagenoeg alle leerlingen hun tweede taal. Ze waren betrokken, misschien ook omdat er een week eerder echt iets uit een laatje was verdwenen, verjaardagssnoep, dat niet meer teruggevonden is. Volgens juf Joke kun je met dit soort verhaaltjes de ontwikkeling van de moraal bevorderen.

4. Afsluiting

Praat met de leerlingen over ‘elkaar kunnen vertrouwen’. Wie weet een voorbeeld van iemand die je kunt vertrouwen? Wat kun je doen of zeggen, zodat een ander weet dat hij je kan vertrouwen? , en wat zij zelf daaraan kunnen bijdragen. Bespreek wat je kunt doen als je ziet dat een klasgenoot iets wegneemt. Maak duidelijk dat het geen klikken is , als ze dat aan jou komen melden, maar opkomen voor een ander. Bespreek ook welke straf de leerlingen rechtvaardig vinden als een kind weer iets pikt, of is straffen niet nodig?

5. Verwerking

Laat de leerlingen een regel formuleren over van elkaars spullen afblijven. Laat die zin intypen op de computer, maak een print en hang die duidelijk zichtbaar in de klas.

Vervolgactiviteit
Verwijs de komende tijd, bij voorvallen in de klas (of in andere klassen / op school) rond het ‘mijn’ en ‘dijn’ terug naar het verhaal, of lees het nog een keer voor. Dan kunnen de leerlingen de ‘actuele’ situatie met meer afstand bespreken, en staat de betrokken leerling niet rechtstreeks zelf in de aandacht.
Spreek op een later moment de ‘dader’ aan in een individueel gesprek en vraag of je hen kunt helpen om van andermans spullen af te blijven. Geef hen een compliment als het een tijdje goed gaat.

Haal na twee weken of een maand zonder ‘verdwenen spullen’ de poster met de regel weer van de muur. Kondig aan dat je denkt dat hij niet meer nodig is; het gaat al een hele tijd goed. Zeg dat je hem wel bewaart, op de computer, voor het geval dat er alsnog iets verdwijnt. Vraag na nog een maand of de poster nu definitief de prullenbak in kan. Zo ja, verscheur hem voor de ogen van de kleuters in kleine snippers of laat hen dat zelf doen. Breng het restant met enig ceremonieel naar de papierbak, en betrek daarbij terloops de leerlingen die het lastig vinden van andermans spullen af te blijven. Delete ook voor de hele klas de file op de computer.

6. Verhaal

De verdwenen pen

Thema: een leerling pikt iets van een ander

De kinderen van groep 2 / 3 zitten in de kring. Zoals iedere dag mogen een paar kinderen iets laten zien. Ramon heeft een potje mee. Zijn tand is eruit, en de tandenfee heeft 50 eurocent in het potje gedaan. Met de tand in zijn hand gaat Ramon de hele kring langs.
Dan is Hafsa aan de beurt. Glimmend van trots laat ze haar nieuwe pen zien. Hij ziet er uit als een ijspegel, en het grappige is: als je hem pakt, voelt hij écht koud aan. Ook Hafsa gaat de kring rond, en alle kinderen mogen even voelen.
‘Okee’, zegt juf Chantal, ‘nu alle spullen in je laatje. We gaan wilde dieren knutselen. Kies maar een maatje, want jullie doen het met je tweetjes’. Hafsa werkt samen met Youssef. Ze maken een giraffe. Voor ze het weten is het alweer tijd voor eten en drinken, en buiten spelen.

Aan het eind van de ochtend zit de klas weer in de kring. In het midden staat een hele dierentuin, met een leeuw, een tijger, een aap, een zeehond, een olifant, een krokodil en een giraffe. Ze zijn prachtig geworden.
‘Okee’, zegt juf Chantal, ‘Ik vond het een fijne ochtend, jullie hebben keihard gewerkt! En nu is het alweer half twaalf. Trek maar gauw je jas aan, en ga in de rij staan bij de deur.’
Even later staan bijna alle kinderen klaar. Maar Hafsa niet. Ze wil haar nieuwe pen mee naar huis nemen. Met een rood hoofd zoekt ze in haar la. Hardop zegt ze: ‘Hè? Hoe kan dat nou?’
Hafsa had haar pen in haar laatje gestopt, en nu kan ze hem niet meer vinden.

Juf Chantal kijkt naar Hafsa. ‘Wat zit jij nou nog te doen?’ wil ze weten. Haar stem klinkt een beetje ongeduldig.
‘Nou’, zegt Hafsa, ‘ik had mijn pen in mijn laatje gelegd en nu is hij weg.’
Juf Chantal schudt haar hoofd. ‘Je zult wel niet goed kijken. Ga nu maar gauw in de rij, vanmiddag help ik je even zoeken.’

Als de school weer begint, loopt Hafsa meteen naar haar tafeltje. De hele tijd moest ze aan haar pen denken. Waar kan die toch zijn?
Juf Chantal komt naast haar zitten. Samen halen ze het hele laatje leeg. Maar… geen ijspegel-pen te zien.

Als alle kinderen in de kring zitten, vraagt juf Chantal of iemand de pen van Hafsa gezien heeft. Ramon zegt: ‘Misschien heeft ze hem ergens laten liggen’. Maar nee, Hafsa weet zeker dat ze hem in haar laatje heeft gestopt. ‘Ja’, zegt Cyndi, ‘ik heb het gezien want ik zat naast haar.’
‘Misschien heeft iemand hem gepikt’, zegt Youssef.
Juf Chantal trekt een rimpel in haar voorhoofd. ‘Dat hoop ik toch niet’, zegt ze. ‘Want als er kinderen zijn die de spullen van iemand anders pakken, kunnen we elkaar niet meer vertrouwen. Heeft iemand die pen misschien per ongeluk ergens anders neergelegd?’ ‘Nee’, zeggen een heleboel kinderen, ‘ik heb het niet gedaan.’ Simon steekt zijn vinger op. Juf kan aan zijn ogen zien, dat er een grapje komt. ‘Juf,’ zegt hij, ‘ik weet het…. Die ijspegel is natuurlijk gewoon gesmolten.’ Alle kinderen lachen, alleen Iris niet. Ze heeft een rood hoofd en kijkt naar de grond.

‘Hoe lossen we dat nu op?’ vraagt juf Chantal. Iris zegt: ‘Ik zag dat Ramon in Hafsa’s laatje zat te snuffelen’. ‘Echt niet!’ roept Ramon verontwaardigd.
‘Maar die pen kan toch niet zomaar verdwenen zijn. Er zijn geen andere kinderen in onze klas geweest, dus hij moet hier zijn’, zegt juf Chantal. Ze denkt even na.

‘Okee, ik heb een plan’, zegt Juf Chantal dan. ‘Een heel goed plan, vind ik zelf. We zetten het tafeltje van Hafsa hier achter de kast. Dan kan niemand iets zien. Jullie lopen een voor een langs het tafeltje, met je tas in je hand. En als je de pen hebt, dan leg je hem terug. Als je hem niet hebt, loop je gewoon langs, zonder in het laatje te kijken. Ik ben heel benieuwd of Hafsa straks haar pen terug heeft.’

Zo gezegd, zo gedaan. Een voor een lopen de kinderen achter de kast langs. Het duurt even voor iedereen aan de beurt is geweest. Als het laatste kind achter de kast uit komt, zegt juf Chantal: ‘En nu gaan we kijken of we allemaal eerlijk zijn geweest’. Ze zet het tafeltje van Hafsa midden in de kring. ‘Kijk er maar in, Hafsa!’

Hafsa doet haar laatje open en … jawel hoor: ‘Hij is terug!’ roept ze blij, en ze steekt haar pen in de lucht.
‘Nou’, zegt juf Chantal ‘dat vind ik fijn. Nu weten we niet wie het was, maar ik hoop dat zoiets nooit meer gebeurt in onze klas.’
‘Maar juf’, zegt Youssef, ‘dat is toch niet eerlijk, dat kind moet toch straf krijgen!’ Juf Chantal knikt. ‘Eigenlijk heb je gelijk, maar voor deze keer laten we het zo. De pen is terecht, en ik hoop dat iedereen nu van andermans spullen af blijft.’

In het speelkwartier loopt Iris naar juf Chantal. ‘Ik had die pen gepakt’, fluistert ze, ‘want ik vond hem zo mooi’. Ze begint te huilen. ‘Stil maar, Iris’, zegt juf Chantal, ‘het is opgelost en je bent nu eerlijk geweest’. Ze slaat een arm om Iris heen. ‘Ik hoop dat je nu nooit meer iets van een ander pakt’. ‘Ja’, snikt Iris. ‘Maar krijg ik nu straf?’ ‘Nee’, zegt juf Chantal, ‘je krijgt geen straf, maar ik vind wel dat je sorry moet zeggen tegen Ramon. Want jij gaf hem de schuld, toen je zei dat hij in Hafsa’s laatje zat te snuffelen. En dan is het klaar, okay?’
Iris wrijft haar ogen droog. ‘Ja’, zegt ze. Ze loopt naar Ramon en zegt: ‘Sorry dat ik zei van dat laatje’. Ze steekt haar hand uit. ‘Zijn we weer vrienden?’ ‘Nee’, zegt Ramon, ‘jij deed heel gemeen’. ‘Maar ik zal het nooit meer doen,’ belooft Iris. Er drupt alweer een traan over haar wang. ‘Okee’, zegt Ramon, maarrre … dan wil ik wel die lolly die jij in je laatje hebt. Dat zag ik toen je keek of die ijspegel-pen er in lag.’ ‘Goed’, antwoordt Iris, ‘en zijn we dan weer vrienden?’
‘Mij best’, zegt Ramon. Ze geven elkaar een hand. Dan rent Iris snel weg naar haar vriendinnen die op de glijbaan spelen.

Juf Chantal loopt naar Ramon. ‘Is het weer goed tussen jou en Iris?’ ‘Ja’, zegt Ramon, ‘en ik krijg haar lolly’. ‘Wat goed van jou dat je niet meer boos bent. Dat vind ik echt knap. Ik ben trots op je!’ Ze geeft Ramon een klopje op zijn rug.
Juf Chantal glimlacht tevreden. Alles is weer goed, en ze hoopt dat Iris nooit meer iets zal pikken.

Mogelijke meningsvragen:
Vind je dat juf Chantal een goed plan had?
In het bgein was Iris was niet eerlijk. Wanneer was dat? Wanneer ws ze wel eerlijk?
Vind je dat de juf Iris straf moest geven?
Vind je dat Ramon Iris toch een beetje straf heeft gegeven?
Ramon wil weer vrienden zijn als hij een lolly krijgt. Wat denk je, zou jij dat ook doen als je Ramon was?
En zonder lolly?
Denk je dat Iris nog een keertje iets pikt?