Introductie

Home → Thema’s & Lessen voor groep 3/4 → Onze regels →


Introductie

De groep / Onze regels / Introductie

‘Beloofd is beloofd? Nou dan moet je niks beloven want anders kun je het vergeten.’

Kern: De leerlingen denken na over het nut van regels

Lessenserie
De hoofdstukken 1. Introductie, 2. Wensen voor de klas 3. Een top-10 van wensen vormen samen een lessenserie die op drie achtereenvolgende dagen kan worden uitgevoerd, gevolgd door 4: Taken in de klas als de leerlingen nog niet gewend zijn om een bijdrage te leveren aan de gang van zaken in de klas.

Specifieke doelen Sociale Competentie:

  • De leerlingen zien het belang in van regels voor de groep
  • De leerlingen voelen zich mede verantwoordelijk voor prettige omgangsvormen in de klas

Taal: tussendoelen EN
Onderhandelen over betekenissen
De leerlingen verwoorden het belang van afspraken
Kinderen weten dat uiteenlopende tekstgenres verschillende functies hebben
Ze zien het verschil tussen een advies, een wens en een richtlijn
Het gebruik van complexe taalfuncties (redeneren, vergelijken, concluderen)
De leerlingen kunnen de achterliggende motieven voor regels en afspraken benoemen

Inhoud

Klassengesprek

Richt de aandacht door opzichtig een (onofficiële) klassenregel te overtreden, zoals gaan voetballen in de klas of met je benen omhoog in een hoekje gaan zitten neuriën, terwijl de leerlingen aan het werk zijn.
Vraag in de kring aan de leerlingen welke regels er volgens hen gelden in de klas. (Als er al klassenregels zijn, pak je die erbij en kijk je hoever de leerlingen komen). Als er nog geen afspraken zijn, vraag dan naar regels die golden in de vorige groep.
Zeg dat je de volgende dag met elkaar wilt bedenken hoe we het zo plezierig mogelijk kunnen hebben met elkaar. En dat je wilt kijken of de hele groep daar gezamenlijk afspraken over kan maken. Sluit af met de vraag of de leerlingen de rest van de dag goed op willen letten welke regels / wensen zij erg belangrijk vinden voor de klas, ‘Dan kunnen we morgen lekker snel werken.’
Toon het ‘verbodsbord’. Vraag de leerlingen welke regels ze erg belangrijk vinden voor de klas. ‘Maar daarbij gebruiken we een extra spelregel: het woord NIET is verboden. We gaan praten over hoe we het wél willen hebben, in plaats van wat er niet mag. Dan weet je wat je kunt doen om het fijn te hebben met elkaar. De oude ‘regels’ zijn dan WENSEN geworden.’

De vader van Herro, in de klas van meester George (groep 3 / 4), is tramchauffeur. Meester Herro gaat in de vakantie wel eens een dagje met zijn vader mee. Meester George vraagt welke regels er in de tram zijn. Hij laat een printje zien van twee plaatjes (gevonden op Google afbeeldingen, onder verbodsborden) van een zak friet en van een mobieltje met een kruis erdoor. Herro zegt: ‘Dat betekent: je mag geen patat eten en geen mobiel. Maar wat zie ik: toch patat en toch mobiel. Dan zegt m’n vader: eruit! En als hij dan niet gaat dan pakt hij hem bij zijn lurven en gooit hem eruit.’ De leerlingen lachen. Meester George vraagt waarom die regels er zijn. Chantal zegt: ‘Anders gaat alles fout, dan gaan de auto’s aan de andere kant rijden en dan komen er alleen maar botsingen.’ Meester George bevestigt: ‘Ja, dan heb je het over verkeersregels. Dan is het echt gevaarlijk om je er niet aan te houden. En wij hebben hier regels in de klas, zijn die ook belangrijk?’ Herro vindt van wel ‘Omdat wij anders niet goed luisteren.’ Gerbrand denkt: ‘Dan gaan we voetballen in de klas.’ Meester George zegt: ‘Ja, je mag een heleboel dingen niet omdat het vervelend is voor anderen. Maar je kunt ook kijken naar wat je wel wilt, dan weet je wat je wel moet doen in plaats van dat je alleen verboden krijgt. Daar gaan we morgen aan werken, dus je kunt er van tevoren vast over nadenken.’

In de klas van juf Gea (groep 3 / 4) noemt Simone als voorbeeld van een regel: Als je iemand iets belooft dan moet je ook het beloofd houden…. Stefan roept erdoorheen: Beloofd is beloofd. Simone zegt, dat kinderen soms afspreken om met elkaar te spelen en dan toch met iemand anders gaan spelen. Haar klasgenoten bedenken oplossingen: Dan moet je zeggen, tegen die andere vriend, dit vriendje heb ik beloofd, en dan de volgende dag ga ik met jou. En: Dan kan je ook met zijn drieën spelen. Ben redeneert praktisch: Nou dan moet je niks beloven want anders kun je het vergeten.
De leerlingen zijn het erover eens dat het een regel is, dat je je aan je belofte houdt.