Taken in de klas

Home → Thema’s & Lessen voor groep 3/4 → Onze regels →

 

Taken in de klas

De groep / Onze regels / Taken in de klas

Juf Astrid: ‘Een moeder zei: “Gô, wat is de klas opgeknapt!”

Specifieke doelen Sociale Competentie:

  • De leerlingen krijgen oog voor gemeenschappelijkheid en wat ze zelf bij kunnen dragen aan een prettige omgeving
  • De leerlingen voelen zich verantwoordelijk voor de groep als geheel
  • De leerlingen accepteren dat klasgenoten hen aanspreken op de afgesproken regels
  • De leerlingen hebben vertrouwen in hun eigen bijdragen aan de groep

Taal: tussendoelen EN
Uitbreiding, verdieping en verbreding van de woordenschat
De leerlingen leren in een concrete context woorden voor alledaagse handelingen en attributen rond het onderhoud van de eigen klassenomgeving
Communicatie: Kinderen weten dat geschreven teksten een communicatief doel hebben
De leerlingen kunnen de taakschema’s in beeld interpreteren en ze weten dat de woorden te lezen zijn
Functioneel “schrijven” en “lezen”: Kinderen schrijven functionele teksten, zoals lijstjes, briefjes, opschriften en verhaaltjes
Groep 3: De leerlingen bedenken symbolen voor taken, zetten die samen met de woorden op een checklijst en vullen die in.

Inhoud

Kringgesprek

Laat de leerlingen goed om zich heen kijken. Hoe ziet de klas er uit? Wat is netjes en schoon, wat niet, in de hoeken, rond de tafels en op aan de wand / op de computers?
Wat zou er beter kunnen, en wat zouden de leerlingen kunnen doen? Maak duidelijk dat je er blij mee zou zijn omdat het jou tijd spaart, en dat sneller opruimen ook extra tijd oplevert waar de klas misschien iets leuks in kan doen, zoals spelletjes, langer knutselen of voorlezen.
Inventariseer: Wat moet er iedere dag, wat een keer per week? Maak een lijst van taken op het bord. Vul eventueel aan: de kapstok checken, de presentielijst bijhouden (met in groep 3 eventueel foto’s bij de namen als steuntje bij het lezen), de gang / het speelplein netjes houden? Is er ook een controleur nodig die op het eind van de dag, tijdens de slotkring checkt of alles naar tevredenheid gedaan is?
Vraag vervolgens: Wie wil helpen? Stel voor om koppels te maken, dat is gezelliger en als er iemand ziek is, kan de ander het alleen doen. Moeten we het verplicht stellen? Wat doen we als iemand niet mee wil helpen? Hoe lang doet een koppel een taak?
Kies met de leerlingen de taken die zij het belangrijkst vinden of willen doen, maak er een symbool bij en hang een lijst op met namen erachter van de leerlingen die een week die taak verzorgen. Bespreek eind van de week na hoe het ging en kies nieuwe duo’s voor de komende week.

Vervolgactiviteiten
Herinner de duo’s de eerste dagen en weken aan hun taak. Bespreek als leerlingen slordig werken of proberen er onderuit te komen.

Maak bij schoonmaken een woordveld, laat de attributen zien en demonstreer of laat leerlingen voordoen hoe je ze gebruikt: dweil, emmer, bezem, gieter, blik en veger, zeep, afwasmiddel en introduceer woorden als poetsen, boenen, schuren, zemen, wrijven, uitkloppen, schrobben etc.

Bij juf Astrid (groep 4) formuleren de leerlingen als ‘wens’ onder meer dat er geen rommel op de vloer ligt, dat de klas netjes is, dat de leerlingen geen papier verspillen, dat de wc’s en de tafels schoon zijn. Daarop maakt juf Astrid samen met de leerlingen een overzicht van taken in de klas gedaan moeten worden en die er regelmatig bij inschieten omdat zijzelf er te weinig tijd voor heeft. De leerlingen kiezen in tweetallen iedere week een andere activiteit van de takenlijst en werken er steeds serieus en met plezier aan. De klas knapt er aanzienlijk van op. Een moeder zegt al na een paar dagen spontaan: ‘Zo, wat is het hier netjes!’

Evalueren

Bespreek na een maand wat er nu beter gaat, en of de lijst aangepast moet worden: kunnen er taken af of moeten er juist bij, van de reservelijst of helemaal nieuw. Misschien zijn er ook leerlingen die graag verantwoordelijk zijn voor de digitale foto / video camera’s (opladen, foto’s / filmpjes op de computer zetten) of het weblog van de klas willen bijhouden. Maak dan tweetallen van een leerlingen die digitaal handig is en een ander die graag wil leren hoe je de apparatuur bedient. Vraag dan steeds de ‘ervaren’ leerling om de minder ervaren klasgenoot te instrueren.

Extra: Klassenbibliotheek
Leerlingen maken een bibliotheek van de boekenhoek. Alle leerlingen noteren in welk boek ze lezen. Het bibliothecarissenkoppel zorgt dat de boeken goed op volgorde staan en maakt eventueel een map met recensies van klasgenoten. Ook kunnen ze overzicht (grafiek) maken van de meest gelezen boeken. Laat hen in de groep vragen of een klasgenoot misschien reclame wil maken voor een boek dat nog weinig is bekeken? Moeten er meer zelfgemaakte klassenboeken in? Welk boek zou er nog bij kunnen?

WC-inspecteurs

Nasrin (groep 4) vraagt zich af: ‘Waarom plassen er altijd kinderen op de bril?’ Amin zegt: ‘Soms zijn de wc’s al vies, en dan maken ze het nog erger. Maar je moet gewoon zoiets (hij maakt met z’n handen de vorm van een pissoir) of we moeten een camera’. Juf Marion zegt: ‘Daar hebben we geen geld voor, we moeten het doen met wat we hebben.’ Ook Nasrin vindt die camera niet zo’n goed idee, ‘want dan is iedereen in zijn blootje. Dat vind jij toch ook niet leuk?’ ‘Nee’, zegt Amin, ‘maar dan doe je gewoon zo.’ (Hij houdt zijn hand voor zijn gulp). Nasrin heeft een ander idee: ‘Als je gaat plassen, en de bril wordt een beetje nat, dan maak je het met een doekie schoon.’ Salima stelt voor: ‘Er kan toch ook iemand steeds gaan kijken of de wc nog schoon is?’ De groep is enthousiast over dit voorstel en kiest Amin en Salima tot ‘inspecteurs’ die na gebruik gaan kijken of de jongens- en meisjes wc’s nog schoon zijn. Nasrin oppert: ‘Maar het kunnen ook de kinderen van de andere groep 4 zijn, die hem vies maken.’ Juf Marion zegt: ‘Dan moeten we met de klas van juf Selma gaan praten. Misschien willen zij ook wel een paar wc-inspecteurs kiezen.’ Amin en Salima gaan het meteen vragen. Even later komen ze glunderend terug: ‘Juf Selma vindt het een kanjer-idee en ze hebben ook twee kinderen gekozen die deze week naar de wc’s kijken.’
Juf Marion zegt: ‘Super! Zo zie je maar, met een goed idee zoals dat van Salima kun je zelf iets veranderen wat je niet goed vindt. We zetten het op de takenlijst en dan komt iedereen vanzelf een keer aan de beurt om op de wc’s te letten.’